Gedichten

Het laatste landschap WuTao-tsu

De schilder, op de rand van’t Niet gekomen
heeft voor het laatst penseel en inkt genomen

en schilderde, uit water, roet en licht
de waaier van een eindeloos vergezicht:

twee vogels die de lege ruimte vangen
boven de bergtop waar de wolken hangen,

het oeverriet, gebogen in de wind
over het water waar de dag begint,

daartussen, aan de regen volgedronken,
het hoogland in zijn spiegelbeeld verzonken,–

en toen, over de wijde voorgrond heen,
liep hij zijn landschap binnen, en verdween.

(H.L. Prenen)